ECLI:NL:CRVB:2017:1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar studiefinanciering 2000
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de minister van 21 maart 2014 waarin haar studiefinanciering werd herzien en zij als thuiswonende studerende werd aangemerkt vanaf 1 november 2012. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante niet dat het besluit op de juiste wijze via de website "Mijn DUO" was bekendgemaakt, maar stelde dat vanwege de verstrekkende gevolgen ook een reguliere postbezorging had moeten plaatsvinden. Tevens voerde zij aan dat zij niet wist en redelijkerwijs niet hoefde te weten dat het bericht een besluit was en dat zij binnen een termijn bezwaar kon maken, mede omdat een rechtsmiddelenclausule ontbrak.
De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaar zes weken bedroeg en dat deze was verstreken. Het niet verzenden van het besluit per reguliere post rechtvaardigt geen verschoonbaarheid. Het bericht was duidelijk en onmiskenbaar gericht op rechtsgevolg en herkenbaar als besluit. Daarnaast was in de toelichting en notificatie via e-mail duidelijk aangegeven dat binnen zes weken bezwaar kon worden gemaakt. Daarom was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.