ECLI:NL:CRVB:2017:1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bij lichte sclerose
Appellante was werkzaam als fietsenmaakster in WSW-verband en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde haar ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen aanleiding was om aanvullende informatie op te vragen bij de behandelend sector.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten, waaronder MS, onvoldoende waren meegewogen en dat er sprake was van een afwijkend standpunt van de behandelend sector. De Raad stelde vast dat het dossier uitgebreid was bestudeerd, inclusief rapporten van de neuroloog en huisarts, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een navolgbaar en overtuigend standpunt had ingenomen dat de klachten niet tot arbeidsongeschiktheid leiden.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak terecht was en bevestigde het besluit van het UWV. Er was geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen en het hoger beroep werd verworpen. Daarnaast werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.