ECLI:NL:CRVB:2017:1949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen studiefinanciering ondanks medische klachten
Appellante ontving in 2012 studiefinanciering en een Ziektewet-uitkering. De minister legde haar een vordering wegens meerinkomen van €5.200,47 op, omdat zij de vrije voet had overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
Appellante voerde aan dat artikel 3.17 Wsf 2000 ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen verschillende uitkeringen, maar de Raad oordeelde dat dit onderscheid gerechtvaardigd is vanwege verschillende doelstellingen van de uitkeringen. Daarnaast stelde appellante dat zij wegens ernstige medische klachten niet tijdig haar studiefinanciering kon stopzetten en dat zij mocht vertrouwen op een mededeling van DUO dat overschrijding alleen zou leiden tot omzetting in een lening.
De Raad verwierp deze bezwaren. Ondanks haar klachten was appellante in staat haar studie voort te zetten en werd zij ondersteund bij haar administratie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van een rechtvaardiging om te vertrouwen op de mededeling. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vordering wegens meerinkomen bevestigd.