ECLI:NL:CRVB:2017:199
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek toekenning Wubo wegens onvoldoende bewijs directe betrokkenheid oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, heeft sinds 2002 meerdere aanvragen ingediend voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Alle aanvragen en daarop volgende bezwaren zijn afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat appellant persoonlijk en direct betrokken is geweest bij oorlogsgeweld tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
De Raad heeft beoordeeld dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft ingebracht die aanleiding geven eerdere besluiten te herzien. De medische gevolgen die appellant aanvoert zijn niet relevant zolang de directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld niet is vastgesteld. De verklaringen die appellant overlegt zijn reeds eerder beoordeeld en bieden geen nieuw licht op de zaak.
De Raad oordeelt dat het besluit van verweerder om niet tot herziening over te gaan standhoudt onder de terughoudende toets. Hoewel appellant angstige omstandigheden heeft ervaren, ontbreekt objectieve bevestiging van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld aantonen.