Uitspraak
19 augustus 2016, 16/2 en 15/3849 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast hun ouderdomspensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit en vroeg herhaaldelijk om het Marokkaanse CIN-nummer van appellanten, dat zij niet verstrekten. Na meerdere aanmaningen en een huisbezoek werd de AIO-aanvulling opgeschort en uiteindelijk ingetrokken.
Appellanten voerden aan dat zij de Nederlandse taal slecht beheersen en dat miscommunicatie de oorzaak was van het niet verstrekken van het CIN-nummer. De Raad oordeelde dat deze stellingen niet aannemelijk zijn en dat de Svb bevoegd was om de bijstand op te schorten en te beëindigen op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank Limburg dat de intrekking terecht was. Het feit dat appellanten later alsnog het CIN-nummer verstrekten en de AIO-aanvulling weer werd toegekend, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling bevestigd wegens het niet tijdig verstrekken van het CIN-nummer.