ECLI:NL:CRVB:2017:2034

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2017
Publicatiedatum
12 juni 2017
Zaaknummer
16/4175 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 2 aanhef en onder c PWWet studiefinanciering 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens mogelijkheid tot volgen onderwijs ondanks psychische klachten

Appellant vroeg bijstand aan aansluitend op zijn gestopte studiefinanciering. Het college wees de aanvraag af op grond dat appellant onderwijs kon volgen en aanspraak had op studiefinanciering, maar zelf gestopt was met de opleiding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij door psychische klachten niet in staat was onderwijs te volgen. Hij overlegde verklaringen van psychologen en psychiaters, maar deze betroffen niet de relevante periode of toonden onvoldoende aan dat hij niet kon studeren.

De Raad oordeelde dat de medische stukken onvoldoende bewijs boden dat appellant in de beoordelingsperiode van 1 februari tot 9 april 2015 niet in staat was onderwijs te volgen. De eerdere verklaring uit 2012 was niet relevant voor deze periode en de latere berichten gaven geen indicatie van zodanige klachten. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2017 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij door psychische klachten niet kon studeren.

Uitspraak

16.4175 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
18 mei 2016, 15/5699 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)
Datum uitspraak: 6 juni 2017
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I. Correljé, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2017. Namens appellant is verschenen mr. Correljé. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E. Calmera.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant, geboren op [geboortedatum] 1992, volgde de MBO-2 opleiding installatietechniek in verband waarmee hij studiefinanciering ontving. Met ingang van 1 februari 2015 is hij met deze opleiding gestopt en is zijn studiefinanciering beëindigd. Per 1 september 2015 heeft hij zich ingeschreven voor de MBO-2 opleiding logistiek.
1.2.
Op 23 januari 2015 heeft appellant zich bij het college gemeld voor het doen van een aanvraag om bijstand ingevolge de Participatiewet (PW). Hij heeft de aanvraag om bijstand op 16 maart 2015 ingediend.
1.3.
Bij besluit van 9 april 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 augustus 2015 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat appellant met ingang van 1 februari 2015 onderwijs kon volgen in verband waarmee hij aanspraak kon maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Appellant is zelf met zijn opleiding gestopt, terwijl van hem gevergd kon worden dat hij verder zou studeren.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellant beoogde met zijn aanvraag bijstand te ontvangen aansluitend aan de door hem tot 1 februari 2015 ontvangen studiefinanciering. Dit betekent dat in dit geval de te beoordelen periode loopt van 1 februari 2015 tot en met 9 april 2015.
4.2.
Ingevolge artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de PW heeft geen recht op algemene bijstand degene die jonger is dan 27 jaar en uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en:
1º in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel
2º in verband daarmee geen aanspraak heeft op studiefinanciering en dit onderwijs niet volgt.
4.3.
Appellant heeft aangevoerd dat hij als gevolg van zijn psychische klachten niet in staat was in de hier te beoordelen periode uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant verwezen naar een door hem overgelegde verklaring van 12 januari 2012 van J.P. Tjepkema, behandelend psycholoog, en D.H. van der Heide, psychiater, beiden werkzaam bij Pro Persona, naar een door hem overgelegde berichtgeving van 24 juli 2015 van i-psy aan zijn huisarts naar aanleiding van een intakegesprek en naar een door hem overgelegd tussentijds bericht aan de huisarts van
23 maart 2016 van dr. S.Y. Ismail, neuropsycholoog/GZ psycholoog, en R. Dijkshoorn, psychiater, beiden werkzaam bij i-psy.
4.4.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De verklaring van de pyscholoog en psychiater van Pro Persona van 12 januari 2012 ziet niet op de medische situatie van appellant in de hier te beoordelen periode. Voor zover de berichten van i-psy van 24 juli 2015 en 23 maart 2016 iets zeggen over de geestelijke gesteldheid van appellant in de hier te beoordelen periode, dan blijkt hieruit niet dat de klachten van appellant in die periode dusdanig waren dat appellant buiten staat was uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen.
4.5.
Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van
J.M.M. van Dalen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2017.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) J.M.M. van Dalen

HD