ECLI:NL:CRVB:2017:2049
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorzieningen osteoporose wegens ontbreken verband vervolging
Appellante, geboren in 1934 en vervolgde in de zin van de Wuv, heeft een aanvraag ingediend voor fysiotherapie, een bed met toebehoren, een rollator en een vergoeding voor ongedekte medische kosten vanwege osteoporose. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de osteoporose niet in verband staat met de vervolging, maar veroorzaakt wordt door andere medische aandoeningen zoals primaire biliaire cirrose (PBC).
Appellante stelde dat de internering de belangrijkste oorzaak van de osteoporose is, verwijzend naar het beleid van verweerder dat een causaal verband tussen vervolging en osteoporose kan worden aangenomen bij langdurig kampverblijf met slechte voeding. Verweerder onderbouwde het besluit met medische adviezen die het verband ontkenden en wezen op andere oorzaken.
De Raad oordeelde dat het besluit voldoende is gemotiveerd en dat het medische bewijs een andere oorzaak van de osteoporose aantoont. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen verband is vastgesteld tussen osteoporose en vervolging.