ECLI:NL:CRVB:2017:210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken gronden tegen afwijzing vrijwillige AOW/ANW-verzekering
Appellant heeft verzocht om toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen, waarbij verwezen werd naar een eerdere afwijzing op een aanvraag van appellant.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit. In hoger beroep heeft appellant aangegeven toegelaten te willen worden tot de vrijwillige verzekering en bereid te zijn de premies te betalen, maar heeft geen inhoudelijke gronden tegen het besluit aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd zoals vereist in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. De briefwisseling toont geen inhoudelijke bezwaren tegen het bestreden besluit. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden tegen het bestreden besluit.