ECLI:NL:CRVB:2017:210

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2017
Publicatiedatum
20 januari 2017
Zaaknummer
16-2172 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken gronden tegen afwijzing vrijwillige AOW/ANW-verzekering

Appellant heeft verzocht om toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen, waarbij verwezen werd naar een eerdere afwijzing op een aanvraag van appellant.

De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit. In hoger beroep heeft appellant aangegeven toegelaten te willen worden tot de vrijwillige verzekering en bereid te zijn de premies te betalen, maar heeft geen inhoudelijke gronden tegen het besluit aangevoerd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd zoals vereist in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. De briefwisseling toont geen inhoudelijke bezwaren tegen het bestreden besluit. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden tegen het bestreden besluit.

Uitspraak

16/2172 AOW
Datum uitspraak: 20 januari 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
23 februari 2016, 15/6482 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 5 april 2016 doorgezonden aan de Raad.
De Svb heeft een reactie op dit hoger beroepschrift ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.
OVERWEGINGEN
1. Met een formulier, gedateerd 13 april 2015, heeft appellant opnieuw verzocht toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). In een besluit van 16 juni 2015 heeft de Svb deze aanvraag afgewezen, onder verwijzing naar de afwijzende beslissing van 17 januari 2012 op een eerdere aanvraag van appellant. Met een besluit van 15 september 2015 (bestreden besluit) is het besluit van 16 juni 2015 in stand gelaten.
2. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij toegelaten wil worden tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW en bereid is de daarvoor noodzakelijke premies te betalen.
4. Ter beoordeling ligt voor de vraag of de rechtbank op goede gronden het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden die zich richten tegen het bestreden besluit, zoals bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Er bestaat op dit punt geen reden tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De brief van 1 oktober 2015 waarmee appellant beroep heeft ingesteld bevat geen gronden. In de brief van 25 oktober 2015, een reactie op het verzoek van de rechtbank de gronden tegen het bestreden besluit aan te voeren, wordt door appellant slechts gesproken over een besluit 14 augustus 2014 van de Svb dat betrekking had op de Algemene Kinderbijslagwet. Er bevinden zich geen brieven in het dossier waarin appellant een grond aanvoert tegen de weigering hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW. Nu appellant geen gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit, heeft de rechtbank appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2017.
(getekend) P. Vrolijk
(getekend) G.J. van Gendt
UM