ECLI:NL:CRVB:2017:2108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2009 een WAO-uitkering aangevraagd, welke door het UWV werd afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. Deze beslissing is in rechte vastgesteld. In 2013 diende appellant een herhaalde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn gezondheidstoestand aanzienlijk was verslechterd, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. Het UWV handhaafde het eerdere standpunt en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, verwijzend naar de zorgvuldige en deugdelijke motivering van het UWV en het ontbreken van evident onredelijkheid in het besluit.
De Raad benadrukt dat beoordeling van toegenomen arbeidsongeschiktheid per toekomstige datum in deze casus niet aan de orde is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijft van kracht.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag voor een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.