ECLI:NL:CRVB:2017:211

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2017
Publicatiedatum
20 januari 2017
Zaaknummer
16-1761 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbAlgemene Kinderbijslagwet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn bij dubbele kinderbijslag

Appellante diende een aanvraag in voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon die intensieve zorg nodig heeft. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af en handhaafde de enkelvoudige kinderbijslag. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en appellante geen gegronde redenen had om het verzuim te verontschuldigen. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische situatie van haar zoon recht gaf op dubbele kinderbijslag en overhandigde medische verslagen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de formele vereisten voor tijdige indiening niet zijn nageleefd. Het bezwaarschrift werd pas na afloop van de termijn ontvangen en was ook niet tijdig ter post bezorgd. De persoonlijke omstandigheden van appellante vormen geen geldige reden voor het verzuim. Daarom wordt het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt niet inhoudelijk op de medische situatie ingegaan.

Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

16/1761 AKW
Datum uitspraak: 20 januari 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2016, 15/8376 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. Met een brief van
16 maart 2016 heeft de rechtbank dit hoger beroepschrift doorgezonden aan de Raad, omdat niet zij, maar de Raad bevoegd is van dit hoger beroep kennis te nemen.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2016. Appellante is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft een “Aanvraag tweemaal kinderbijslag voor thuiswonende kinderen die intensieve zorg nodig hebben” ten behoeve van haar zoon [A.], geboren [in] 2010 ingezonden op 31 juli 2015. Met een besluit van 5 oktober 2015 heeft de Svb appellante laten weten dat zij niet voor dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) in aanmerking komt, wel voor voortzetting van de enkelvoudige. Het bezwaar hiertegen is door de Svb op 23 november 2015 ontvangen. Met een beslissing van 4 december 2015 (bestreden besluit) is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Uit de van toepassing zijnde artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Evenmin zijn er redenen om te kunnen concluderen dat redelijkerwijs geoordeeld moet worden dat appellante niet in verzuim is geweest.
3. In hoger beroep heeft appellante met name aangevoerd dat de medische toestand van haar zoon dusdanig is dat zij voor dubbele kinderbijslag in aanmerking dient te komen. Ter onderbouwing heeft zij verslagen van verschillende onderzoeken ingezonden.
4.1.
Appellante kan hierin niet gevolgd worden. Voordat aan de inhoudelijke behandeling van een bezwaar toegekomen kan worden, dient een bezwaarschrift aan een aantal formele voorwaarden te voldoen. Eén van deze voorwaarden is, dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb dient het bezwaarschrift uiterlijk zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, door het bestuursorgaan te zijn ontvangen. In dit geding is de bezwaartermijn begonnen op 6 oktober 2015 en geëindigd op 17 november 2015. Uit de stukken blijkt dat het bezwaarschrift op 23 november 2015 door de Svb is ontvangen. Op grond van het tweede lid van artikel 6:9 van Pro de Awb is een bezwaarschrift ook nog tijdig ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn ter post is bezorgd en binnen een week na afloop van die termijn door het bestuursorgaan is ontvangen. Uit de stukken blijkt echter dat de envelop waarin het bezwaarschrift is verzonden gedateerd is 22 november 2015, zodat geconstateerd moet worden dat het bezwaarschrift niet voor het einde van de bezwaartermijn ter post is bezorgd.
4.2.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij een hectisch leven leidde ten tijde in geding en haar administratie niet op orde had. Dit zijn echter geen redenen op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat zij redelijkerwijs niet in staat is geweest tijdig een, eventueel pro forma, bezwaarschrift in te zenden. Hieruit volgt dat de rechtbank terecht het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond heeft verklaard en de Svb het bezwaarschrift op juiste gronden in het bestreden besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. De door appellante ingezonden onderzoeksverslagen ten aanzien van de gezondheidstoestand van haar zoon kunnen in dit geding dan ook niet besproken worden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2017.
(getekend) P. Vrolijk
(getekend) G.J. van Gendt

UM