ECLI:NL:CRVB:2017:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen terugwerkende kracht bij toekenning Wajong-uitkering
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor arbeids- en inkomensvoorziening op grond van de Wet Wajong. Het UWV kende haar een Wajong-uitkering toe met ingang van 8 juli 2014, nadat was vastgesteld dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de uitkering, stellende dat zij reeds op haar zeventiende volledig arbeidsongeschikt was en dat de uitkering eerder had moeten ingaan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat op grond van de artikelen 2:15 en 2:39 van de Wet Wajong het recht op arbeidsondersteuning en inkomensondersteuning niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend. Dit volgt uit vaste rechtspraak.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wajong-uitkering wordt bevestigd op 8 juli 2014 zonder terugwerkende kracht.