ECLI:NL:CRVB:2017:215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, met een voorgeschiedenis van rugklachten, migraine, obesitas en andere aandoeningen, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Dit besluit werd ondersteund door medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die haar belastbaarheid beoordeelden aan de hand van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd was, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische informatie, inclusief aanvullende stukken van behandelaars. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar morbide obesitas en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen, wat volgens haar leidde tot onderschatting van haar beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen de klachten en beperkingen van appellante adequaat hadden onderkend en gewogen. De medische rapporten waren deugdelijk en hielden rekening met haar obesitas en medicatie. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot een ander oordeel. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies geen overschrijding van haar belastbaarheid opleveren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.