ECLI:NL:CRVB:2017:2288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening overige inkomsten bij vaststelling Wuv-uitkering nabestaande
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin de periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) werd vastgesteld op € 0,00 bruto per maand. Dit bedrag is bepaald na verrekening van haar overige inkomsten uit onder meer een Individual Retirement Account, Social Security en vermogen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 19 van Pro de Wuv uitdrukkelijk voorschrijft welke inkomsten op de uitkering in mindering moeten worden gebracht, namelijk in beginsel alle inkomsten. De Raad wijst appellantes betoog dat de inkomensachteruitgang door het overlijden van betrokkene tot een hogere uitkering zou moeten leiden af, omdat de wettelijke plicht tot verrekening niet kan worden genegeerd.
Gelet op het voorgaande kan het bestreden besluit in stand blijven en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitkering blijft vastgesteld op € 0,00 bruto per maand.