ECLI:NL:CRVB:2017:2290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 2006 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Wet werk en bijstand. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde de uitkering per 1 april 2013 omdat appellanten niet langer in Nederland woonden. Na onderzoek in Turkije bleek dat appellanten onroerend goed bezaten, waaronder een woning en landbouwgronden, met een waarde die het toegestane vermogen overschreed.
De Svb trok het recht op bijstand en AIO-aanvulling in over de periode 2006 tot en met 2013 wegens het niet melden van dit vermogen, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het onroerend goed deel uitmaakt van het vermogen waarover appellanten redelijkerwijs konden beschikken.
In hoger beroep voerden appellanten dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, zonder nieuwe feiten of bewijs. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellanten hun inlichtingenplicht hebben geschonden en bevestigde de intrekking van de AIO-aanvulling. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wegens verzwegen onroerend goed in Turkije wordt bevestigd.