ECLI:NL:CRVB:2017:2307
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na vernietiging besluit intrekking en terugvordering WWB
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om haar bijstand terug te vorderen op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding met een derde. Zowel de rechtbank als de Raad verklaarden het beroep ongegrond. Na cassatie door de Hoge Raad werd het eerdere besluit vernietigd en het college herzag het besluit, waardoor verzoekster in haar gelijk werd gesteld.
Verzoekster stelde vervolgens een verzoek in tot vergoeding van proceskosten die zij redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college op grond van de Awb veroordeeld kon worden tot vergoeding van deze kosten.
De Raad begrootte de proceskosten op €990,- voor het beroep en €990,- voor het hoger beroep, vergoedde tevens verlet- en reiskosten, maar wees het verzoek tot vergoeding van portokosten af vanwege het limitatieve karakter van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad wees ook op de mogelijkheid voor verzoekster om het griffierecht rechtstreeks bij het college te verhalen zonder tussenkomst van de rechter. Uiteindelijk veroordeelde de Raad het college tot betaling van €2.488,68 aan verzoekster.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €2.488,68 aan proceskosten aan verzoekster.