ECLI:NL:CRVB:2017:2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.K. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na medische beoordeling door UWV
Appellante was werkzaam bij McDonald’s en liep in september 2012 een val op tijdens het werk, waarna zij rug- en bekkenklachten ontwikkelde. Vanaf maart 2013 ontving zij een WW-uitkering en meldde zich in oktober 2013 ziek vanwege haar klachten en zwangerschap. Na medische beoordeling door het UWV werd zij per 1 december 2014 geschikt geacht voor maatgevende arbeid, waarna haar ziekengeld per 22 december 2014 werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank. In hoger beroep voerde zij aan dat haar chronische pijnklachten niet adequaat waren beoordeeld en dat zij nog steeds onder behandeling was bij het AMC. De Raad stelde vast dat de ingebrachte stukken geen nieuw licht wierpen op de situatie op de datum in geding en dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts standhield.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding in staat was haar arbeid te verrichten en dat het UWV terecht haar Ziektewetuitkering had beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 december 2014 bevestigd.