ECLI:NL:CRVB:2017:2353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Verlening bijstand zelfstandige na overval en verrekening schade-uitkering
Appellant, een zelfstandige taxichauffeur, werd in 2013 overvallen en liep ernstig letsel op. Het college kende hem op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) bijstand toe, verlengde deze eenmaal, maar wees later een verlengingsaanvraag af omdat appellant niet meer als zelfstandige zou voldoen aan het urencriterium. Tevens werd bijstand teruggevorderd vanwege een schade-uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven die als inkomen werd aangemerkt.
De Centrale Raad oordeelt dat het college ten onrechte niet opnieuw heeft beoordeeld of sprake was van externe omstandigheden van tijdelijke aard die verlenging van de bijstand rechtvaardigden. De afwijzing van de verlenging was onvoldoende gemotiveerd, mede omdat appellant aannemelijk maakte dat hij in 2015 zijn werkzaamheden wilde hervatten. De Raad vernietigt het besluit tot afwijzing van de verlenging en bepaalt dat appellant recht heeft op bijstand van 4 september 2014 tot 1 januari 2015, onder verrekening van de schade-uitkering.
Verder bevestigt de Raad dat de schade-uitkering van het Schadefonds, voor zover deze betrekking heeft op verlies van arbeidsvermogen, als inkomen moet worden beschouwd en verrekend met de bijstand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de door appellant geleden schade en de proceskosten. Ook wordt het beroep tegen het besluit tot afwijzing van bijstand wegens vermogen gegrond verklaard en vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het college moet bijstand toekennen en de schade-uitkering verrekenen.