ECLI:NL:CRVB:2017:2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks DVN-diagnose
Appellante is wegens voetklachten uitgevallen voor haar werk als kraamverzorgende en vroeg een WIA-uitkering aan. Verzekeringsartsen van het UWV stelden beperkingen vast, maar concludeerden dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Diverse medische onderzoeken bevestigden de diagnose dunne vezelneuropathie (DVN), maar de verzekeringsartsen handhaafden de functionele mogelijkhedenlijst (FML) zonder arbeidsduurbeperking.
De arbeidsdeskundigen stelden vast dat appellante geschikt is voor bepaalde functies binnen haar beperkingen, met een arbeidsongeschiktheid van 7,5%. Het UWV wees het bezwaar van appellante tegen het besluit af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat er geen discrepantie is tussen de medische inlichtingen en de interpretatie daarvan door de verzekeringsartsen. De medische rapporten en brieven van behandelaars onderbouwen niet dat de beperkingen zodanig zijn dat appellante niet kan werken binnen de geselecteerde functies. Ook is er geen reden voor het benoemen van een deskundige. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.