ECLI:NL:CRVB:2017:2418
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening arbeidsongeschiktheidsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om herziening van het besluit van 11 februari 2002 waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage op 15 tot 25% werd vastgesteld. Dit besluit stond in rechte vast omdat appellant destijds geen rechtsmiddel had aangewend.
Het UWV weigerde op 2 juli 2015 het verzoek tot herziening wegens het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden. Het bezwaar van appellant tegen deze weigering werd bij besluit van 3 oktober 2016 ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat het UWV destijds onderzoek had moeten doen naar zijn mogelijkheid zich extern te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, verwijzend naar een eerdere uitspraak uit 1985. Hij stelde dat geen verzekeringsmaatschappij hem wilde verzekeren.
De Raad oordeelde dat het UWV redelijk heeft gehandeld door het verzoek af te wijzen, omdat de aangevoerde feiten al bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn ten tijde van het oorspronkelijke besluit. Het beroep leidt niet tot het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Appellant blijft verzekerd voor de WAO, maar moet voldoen aan de voorwaarden van de WAO voor aanspraak op een hogere uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om het arbeidsongeschiktheidspercentage niet te herzien wordt ongegrond verklaard.