ECLI:NL:CRVB:2017:2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid college tot buitenbehandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van beschermingsbewind. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van aanvullende documenten zoals het verzoekschrift tot onderbewindstelling en een plan van aanpak. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de beschikking van de kantonrechter voldoende was voor beoordeling.
In hoger beroep voerde het college aan dat aanvullende gegevens noodzakelijk zijn voor een goede beoordeling, onder meer om alternatieve voorzieningen te onderzoeken en de voortgang van bewindvoering te volgen. De Raad overwoog dat de noodzaak van onderbewindstelling door de rechtbank wordt vastgesteld en dat de beschikking uitgangspunt is voor het college.
De Raad benadrukte dat het college wel andere middelen heeft om de noodzaak van voortzetting van bewindvoering te verifiëren, zoals overleg met bewindvoerder en onderzoek naar de verrichte werkzaamheden. Verder kan het college bij wijziging van omstandigheden opheffing van onderbewindstelling verzoeken.
De Raad verwierp het argument dat de gevraagde gegevens nodig zijn voor kwaliteitscontrole van bewindvoerders of beleidsontwikkeling. Ook kon de Raad niet anticiperen op mogelijke toekomstige wetgeving. Het college was daarom niet bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd de aanvraag bijzondere bijstand buiten behandeling te stellen; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.