Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.5. Betrokkene heeft tijdens een functioneringsgesprek op 26 november 2012 verzocht om een beoordeling teneinde in aanmerking te komen voor bevordering naar de functie van senior GGP.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een politieambtenaar in de functie van generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP), verzocht om bevordering naar senior GGP op basis van een beoordeling 'boven de norm'. Volgens het landelijke loopbaanbeleid vereist dit dat 80% van de relevante competenties met de score 'uitstekend' (4) wordt beoordeeld.
Een conceptbeoordeling met negentien competenties werd opgesteld, waarvan negen relevant werden geacht. De districtschef wijzigde deze beoordeling omdat de conceptbeoordeling niet in lijn was met het functioneringsverslag. Hierdoor scoorde betrokkene slechts op één competentie een 4 en op acht competenties een 3, wat niet voldeed aan de norm voor bevordering.
De korpschef wees het bevorderingsverzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij het criterium van 80% uitstekende scores als te streng beschouwde, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nadere invulling van 'boven de norm' door de korpschef binnen redelijke beleidsruimte valt en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard.
De Raad benadrukte dat een formele beoordeling niet inhoudelijk mag afwijken van functioneringsgesprekken en dat de acht relevante competenties volgens het competentieprofiel zijn meegenomen. Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van bevordering werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van bevordering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.