ECLI:NL:CRVB:2017:2549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekening en stortingen
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Bij een aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag kwam aan het licht dat de partner een niet bij het college bekende bankrekening had. Het college ontdekte kasstortingen en bijschrijvingen op deze rekening die niet waren gemeld. Appellant verklaarde dat de kasstortingen afkomstig waren van eerdere opnamen van een bekende bankrekening en dat bijschrijvingen terugbetalingen waren voor boodschappen.
Het college blokkeerde de bijstand en besloot tot terugvordering van teveel ontvangen bijstand over de periode 2008-2014, omdat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door de bankrekening en stortingen niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de kasstortingen geen inkomen waren en dat de bijschrijvingen terugbetalingen betroffen.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat de stellingen over de aard van de stortingen onvoldoende met objectief bewijs waren onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd wegens het niet melden van de bankrekening en stortingen.