ECLI:NL:CRVB:2017:2643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag en afwijzing schadevergoeding
Appellant, die rechtmatig in Nederland verbleef, diende een aanvraag om bijstand in die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. De Raad stelde in een tussenuitspraak vast dat appellant gelijkgesteld moet worden aan in Nederland woonachtige personen en dat het college het besluit moest herzien.
Het college herzag het besluit en kende bijstand toe vanaf de datum van aanvraag tot het moment dat appellant Nederland verliet. Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens onrechtmatige besluitvorming. Het college kende alleen wettelijke rente toe over de na te betalen bijstand en wees overige schadevergoeding af.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand beëindigde per datum vertrek uit Nederland en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij immateriële schade had geleden die vergoeding rechtvaardigt. Ook het verzoek wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De Raad vernietigde het oorspronkelijke besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar wees het beroep tegen de nadere besluiten en het verzoek om schadevergoeding af, behalve de wettelijke rente. Tevens werd vergoeding van het betaalde griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd, bijstand toegekend tot vertrek uit Nederland, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen behalve wettelijke rente.