ECLI:NL:CRVB:2017:2647

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 augustus 2017
Publicatiedatum
1 augustus 2017
Zaaknummer
17/3250 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:110 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring incidenteel hoger beroep wegens termijnoverschrijding

Het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend. Volgens de Awb geldt een termijn van zes weken voor het instellen van incidenteel hoger beroep, die ingaat na verzending van de gronden van het hoger beroep.

De gronden waren op 28 februari 2017 aan appellant toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 13 april 2017 per fax ontvangen, wat buiten de termijn viel. Op verzoek van de Raad gaf appellant geen zwaarwegende reden voor de termijnoverschrijding. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was.

De Raad verklaarde het incidenteel hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en op 1 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

17/3250 PW, 17/3251 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, 8:108 en 8:110 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 januari 2017, 15/7290 en 15/8068
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge de artikelen 8:110, tweede lid en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de gronden van het hoger beroep aan de desbetreffende partij zijn gezonden. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De gronden van het hoger beroep zijn op 28 februari 2017 in afschrift aan appellant toegezonden.
Het beroepschrift is op 13 april 2017 per fax ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij schrijven van 13 juni 2017 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft daarop bij brief van 30 juni 2017 geantwoord dat hij geen reden kan aanvoeren met een belang wat zwaarwichtig genoeg is om de overschrijding van de beroepstermijn te kunnen rechtvaardigen.
Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Het incidenteel hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2017.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

HD