ECLI:NL:CRVB:2017:2851

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 augustus 2017
Publicatiedatum
18 augustus 2017
Zaaknummer
16/5385 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 AOW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling recht op partnertoeslag bij toekenning ouderdomspensioen na 1 januari 2015

Appellant, geboren in 1950 en gehuwd sinds 1977, heeft bij besluit van 28 augustus 2015 een ouderdomspensioen toegekend gekregen met ingang van oktober 2015. Hij maakte bezwaar tegen het besluit omdat geen partnertoeslag werd toegekend. Dit bezwaar werd bij besluit van 9 december 2015 ongegrond verklaard omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8, eerste lid, van de AOW.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan recht te hebben op partnertoeslag omdat zijn vrouw geen werk en inkomsten heeft. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kern van het geschil is of appellant recht heeft op partnertoeslag nu hij pas na 1 januari 2015 recht kreeg op ouderdomspensioen.

Volgens artikel 8, eerste lid, AOW geldt het recht op toeslag alleen voor pensioengerechtigden die voor 1 januari 2015 recht hadden op ouderdomspensioen. Omdat appellant pas vanaf oktober 2015 recht heeft op het pensioen, voldoet hij niet aan deze voorwaarde. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant heeft geen recht op partnertoeslag.

Uitspraak

16/5385 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
13 juli 2016, 16/63 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 18 augustus 2017
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2017. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant, geboren [in] 1950, is sinds 1977 gehuwd met [naam] , geboren in 1961. Bij besluit van 28 augustus 2015 is op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan appellant met ingang van oktober 2015 een ouderdomspensioen toegekend. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt op de grond dat ten onrechte geen partnertoeslag is toegekend.
1.2.
Het bezwaar is bij besluit van 9 december 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant niet voldoet aan de in artikel 8, eerste lid, van de AOW neergelegde voorwaarden voor toekenning van een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij recht heeft op partnertoeslag omdat zijn vrouw geen werk en inkomsten heeft.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellant geen recht heeft op een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen.
4.2.
In artikel 8, eerste lid, van de AOW is, voor zover van belang, neergelegd dat de pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 is gehuwd en voor die datum recht heeft op ouderdomspensioen en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht heeft op een toeslag. Nu appellant eerst met ingang van oktober 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen, voldoet hij niet aan de in artikel 8, eerste lid van de AOW vermelde voorwaarden. Om deze reden slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2017.
(getekend) L. Koper
(getekend) J.W.L. van der Loo

AB