ECLI:NL:CRVB:2017:2854

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 augustus 2017
Publicatiedatum
18 augustus 2017
Zaaknummer
16/6133 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit Sociale Verzekeringsbank over niet-opbouw AOW-verzekering

Appellant heeft een pensioenoverzicht aangevraagd bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) en gesteld dat hij in Nederland heeft gewerkt en daardoor verzekerd is voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) in de periode 1978 tot 1985. Hij overhandigde een kopie van een bewijs van lidmaatschap van een ziekenfonds en verwees naar werkzaamheden in een restaurant in Amsterdam.

De Svb heeft onderzoek gedaan naar het verblijf en de werkzaamheden van appellant in Nederland. Dit onderzoek omvatte het raadplegen van het schakelregister, navraag bij de gemeente Amsterdam over inschrijving in het bevolkingsregister, en navraag bij het Pensioenfonds Horeca & Catering. Geen van deze bronnen kon bevestigen dat appellant in Nederland woonde of werkte. Het originele inschrijfbewijs van het ziekenfonds werd niet overlegd, alleen een kopie met een afwijkende naam.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen verzekerde tijdvakken had opgebouwd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en het besluit van 27 juni 2016 van de Svb. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Appellant kan binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen verzekerde tijdvakken voor de AOW heeft opgebouwd.

Uitspraak

16/6133 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
16 augustus 2016, 16/2606 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 18 augustus 2017
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2017. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant is geboren op 5 januari 1958 in Marokko. In november 2015 heeft hij bij de Svb een pensioenoverzicht aangevraagd onder overlegging van een bewijs van lidmaatschap van het algemeen ziekenfonds voor de gemeente Amsterdam van 7 september 1981.
1.2.
De Svb heeft deze aanvraag bij besluit van 6 januari 2016 niet in behandeling genomen. Bij besluit van 18 maart 2016 is het hiertegen ingediende bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 6 januari 2016 herroepen en meegedeeld dat de aanvraag in behandeling wordt genomen. Tegen het besluit van 18 maart 2016 is beroep ingesteld.
2.1.
Gedurende het beroep heeft de Svb bij besluit van 27 juni 2016 inhoudelijk beslist op de aanvraag en een pensioenoverzicht afgegeven. De Svb heeft daarbij te kennen gegeven dat appellant niet verzekerd is geweest voor de Algemene Ouderdomswet (AOW).
2.2.
De rechtbank heeft het besluit van 27 juni 2016 opgevat als een aanvulling van het besluit van 18 maart 2016. Vervolgens is het beroep, met vergoeding van het griffierecht, ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat appellant verzekerde tijdvakken voor de AOW heeft opgebouwd.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn stelling herhaald dat hij in Nederland heeft gewerkt en dus verzekerd is voor de AOW.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of appellant verzekerde tijdvakken voor de AOW heeft opgebouwd. Gelet op de gronden van het hoger beroep is uitsluitend de rechtmatigheid van het besluit van 27 juni 2016 in geschil.
4.2.
Appellant heeft in zijn aanvraag te kennen gegeven in de periode van 1978 tot 1985 verzekerd te zijn geweest. Een afschrift van een bewijs van lidmaatschap van een ziekenfonds is daarbij ingebracht. In bezwaar heeft hij dit geconcretiseerd door te wijzen op zijn werkzaamheden in een restaurant in Amsterdam in 1984.
4.3.
De Svb heeft het schakelregister geraadpleegd en bij de gemeente Amsterdam navraag gedaan of appellant ingeschreven is geweest in het bevolkingsregister. De gemeente heeft meegedeeld dat de naam van appellant in het bevolkingsregister niet is gevonden. Evenmin is appellant bekend in het schakelregister. Voorts heeft de Svb navraag gedaan bij het Pensioenfonds Horeca & Catering. Het pensioenfonds heeft appellant op basis van de aangedragen informatie niet kunnen vinden in hun administratie. De Svb heeft het originele inschrijfbewijs van het ziekenfonds opgevraagd, maar appellant heeft te kennen gegeven uitsluitend over een kopie te beschikken.
4.4.
Gelet op 4.3 heeft de Svb voldoende en zorgvuldig onderzoek verricht naar het mogelijke verblijf en mogelijke werkzaamheden van appellant in Nederland. Het inschrijfbewijs van het ziekenfonds bevat de naam “[naam]” en kan reeds om deze reden niet dienen als bewijs dat appellant in Nederland heeft gewoond en/of arbeid heeft verricht.
4.5.
Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2017.
(getekend) L. Koper
(getekend) J.W.L. van der Loo
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

AB

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée pour autant que celle-ci ait été contestée.
Par conséquent, décidée par L. Koper en présence de J.W.L. van der Loo en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 août 2017.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.