ECLI:NL:CRVB:2017:2857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek vergoeding reiskosten schoolvervoer defensiepersoneel
Appellant, militair geplaatst op een Caribisch eiland, verzocht vergoeding van reiskosten voor het schooljaar 2012-2013 en later voor vervoer van zijn kinderen met de eigen auto vanaf 2013-2014. De minister wees dit af op grond van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD), omdat vervoer per schoolbus mogelijk was en appellant niet aannemelijk maakte dat zijn kinderen hiervan geen gebruik konden maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep wijzigde de Centrale Raad van Beroep zijn toetsingsmethode voor herhaalde aanvragen, maar bevestigde het standpunt van de minister. De Raad oordeelde dat de minister het verzoek terecht had getoetst aan artikel 16, zesde lid, onderdeel b, van het VBD en de hardheidsclausule toepaste zonder dat dit de uitkomst beïnvloedde.
Appellant kon niet aantonen dat schoolbusvervoer niet mogelijk was, ondanks zijn stelling dat de school eiste dat ouders hun kinderen tot aan het klaslokaal begeleidden. De Raad stelde dat de minister zich terecht op het standpunt kon stellen dat vergoeding van eigen vervoer niet aan de orde was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat vergelijkbare gevallen gelijk werden behandeld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd; geen vergoeding voor eigen autovervoer van de kinderen.