ECLI:NL:CRVB:2017:2944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en werd heronderzoek onderworpen waarbij bleek dat diverse kasstortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening niet waren gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van de onterecht ontvangen bedragen. De rechtbank vernietigde het besluit deels en stelde een lager terugvorderingsbedrag vast. Appellant ging in hoger beroep tegen de gedeeltelijke bevestiging van de herziening en terugvordering.
De Raad stelde vast dat de kasstortingen en bijschrijvingen in beginsel als inkomsten moeten worden aangemerkt, tenzij aannemelijk is gemaakt dat appellant niet vrij over deze middelen kon beschikken. Appellant voerde aan dat het om leningen ging met een specifiek doel, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat het tegoed op de bankrekening, tenzij tegenbewijs, tot het vermogen van appellant behoort en dat geldleningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip in de WWB.
De Raad concludeerde dat het college de bijschrijvingen en kasstortingen terecht als inkomsten heeft aangemerkt en dat appellant geen zelfstandige gronden tegen de terugvordering had aangevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen.