ECLI:NL:CRVB:2017:2985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellant had tot mei 2014 bijstand ontvangen en diende op 21 januari 2015 een nieuwe aanvraag in op grond van de Participatiewet. Het college verzocht appellant meerdere malen om nadere gegevens, waaronder bankafschriften en een verklaring over zijn levensonderhoud sinds het einde van zijn vorige uitkering.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn hoofdverblijf en financiële situatie, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij bijstandsbehoevend was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij voldoende inzicht had gegeven, met verklaringen over klussen, spaargeld en leningen. De Raad oordeelde echter dat hij geen objectieve en verifieerbare gegevens had overgelegd, zoals bewijs van geleend geld of inkomsten uit klussen, en dat de herkomst van een storting van € 1.250,- onduidelijk bleef.
Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant in de periode van 21 januari tot 23 maart 2015 bijstandsbehoevend was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie.