ECLI:NL:CRVB:2017:3090
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woon-, leef- en inkomenssituatie
Appellant heeft op 7 december 2015 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht appellant meerdere malen om aanvullende schriftelijke verklaringen en bewijsstukken over zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. Hoewel appellant bankafschriften en een huurovereenkomst overlegde, bleken deze onvoldoende om vast te stellen waarvan hij leefde.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat niet duidelijk was hoe appellant in zijn levensonderhoud voorzag. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij leefde van een eerder toegekende schadevergoeding, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verstrekte gegevens onvoldoende waren, mede omdat het banksaldo negatief was en betalingen voor huur en nutsvoorzieningen niet zichtbaar waren. Ook de overgelegde verklaringen waren vaag en ongedateerd. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon-, leef- en inkomenssituatie voorafgaand aan de aanvraag.