ECLI:NL:CRVB:2017:3247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van op geld waardeerbare werkzaamheden versus vrijwilligerswerk bij bijstandsverlening
Appellant ontvangt sinds april 2013 bijstand en verricht sinds september 2014 werkzaamheden bij een koffiehuis, waarvoor hij een maandelijkse vergoeding ontvangt. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bijstand ingetrokken en de inkomsten verrekend omdat de werkzaamheden niet als vrijwilligerswerk werden aangemerkt.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar de rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard. In hoger beroep stelt appellant dat de werkzaamheden wel degelijk vrijwilligerswerk zijn en dat hij sinds april 2015 is gestopt met werken bij het koffiehuis. De Raad oordeelt echter dat de werkzaamheden gezien de aard en de commerciële setting op geld waardeerbare activiteiten zijn.
De Raad wijst erop dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd van het staken van de werkzaamheden en dat het college terecht de inkomsten heeft verrekend op de bijstand. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt terecht gekort wegens op geld waardeerbare werkzaamheden.