Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
J.U.R. Niewold tot een bedrag van € 1.052,70 voor vergoeding in aanmerking, zodat de totale kostenveroordeling € 1.502,70 bedraagt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing geheel tegemoet aan de bezwaren van appellante, waarna het hoger beroep werd ingetrokken. Appellante verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het UWV veroordeeld kon worden tot vergoeding van de redelijke kosten van rechtsbijstand en een medisch rapport, in totaal € 1.502,70. Het verzoek om vergoeding van kosten voor niet-verzochte brieven werd afgewezen. De redelijke termijn voor de gehele procedure werd overschreden met negen maanden, waarvan één maand in de bezwaarfase bij het UWV en acht maanden in de bestuursrechterlijke fase.
De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op € 1.000,-, waarvan € 111,11 voor rekening van het UWV komt en € 888,89 voor rekening van de Staat (Ministerie van Veiligheid en Justitie). De Raad veroordeelde de Staat en het UWV tot betaling van deze bedragen en het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het UWV en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.