ECLI:NL:CRVB:2017:327
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag invaliditeitsuitkering en huishoudelijke hulp op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Betrokkene, geboren in 1936 in Nederlands-Indië, vroeg in 2007 een uitkering aan op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Na onderzoek door een arts werd vastgesteld dat betrokkene oorlogsletsel had, maar niet arbeidsongeschikt was. De aanvraag werd toen afgewezen en dit besluit werd niet aangevochten.
In 2014 diende betrokkene een nieuwe aanvraag in voor een invaliditeitsuitkering en huishoudelijke hulp, welke door verweerder werd afgewezen. Het bezwaar tegen het besluit werd deels gegrond verklaard, maar de voorziening huishoudelijke hulp werd alsnog afgewezen vanwege het ontbreken van medische noodzaak gerelateerd aan oorlogsletsel.
De Raad oordeelde dat betrokkene geen nieuwe feiten of medische gegevens had aangeleverd die een herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen. De medische beoordeling van een arts, die betrokkene thuis bezocht, toonde geen beperkingen aan die verband hielden met oorlogsgerelateerde klachten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de invaliditeitsuitkering en huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.