ECLI:NL:CRVB:2017:3296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering zonder medebelanghebbende zoon
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en haar zoon ontving tot 31 augustus 2015 studiefinanciering, waarna hij bijstand kreeg als alleenstaande kostendeler in een tweepersoonshuishouden. Het college paste met ingang van 24 september 2015 de kostendelersnorm toe op de bijstand van appellante, waardoor haar uitkering werd verlaagd tot 50% van de gehuwdennorm.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat haar zoon mede-belanghebbende was en dat de toepassing van de kostendelersnorm leidde tot ernstige financiële problemen voor beiden. De Raad oordeelde dat de zoon geen belanghebbende is in de zin van de Awb omdat zijn belang slechts afgeleid is en hij zelf bijstand ontvangt.
Verder stelde de Raad dat de financiële situatie van appellante geen reden vormt om af te wijken van de kostendelersnorm, die dwingendrechtelijk is en slechts in uitzonderingssituaties kan worden genegeerd. Omdat geen uitzonderingssituatie van toepassing was, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.