ECLI:NL:CRVB:2017:3306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet wonen op uitkeringsadres met boeteherziening
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een anonieme melding en onderzoek door de Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordoost (ISD) werd vastgesteld dat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen trok de bijstand over de periode van 15 februari 2015 tot en met 17 april 2015 in en vorderde de kosten over een deel van die periode terug. Tevens werd een boete opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde en dat het college daarom terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Wel werd de boete op grond van gewijzigde wetgeving verlaagd van € 210,- naar € 202,12.
Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, het bestreden besluit werd vernietigd en de boete werd aangepast. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, de boete wordt verlaagd van €210,- naar €202,12.