Uitspraak
16.2022 PW
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 23 maart 2015 een aanvraag om bijstand in na faillissement van zijn autobedrijf en verkoop van een zorgbedrijf. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens niet verschijnen bij afspraken en later werd de aanvraag afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat hij alle gevraagde stukken had ingediend en dat zijn psychische klachten de situatie bemoeilijkten. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens had verstrekt over de verkoopopbrengst van het zorgbedrijf en de financiële afwikkeling daarvan.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat appellant niet had voldaan aan zijn medewerkingsplicht, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende verstrekking van financiële gegevens.