Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig laboratoriummedewerkerster, werd door het UWV beoordeeld als minder dan 35% arbeidsongeschikt en daarom werd haar WIA-uitkering geweigerd. Zij ontving vanaf 7 juli 2014 een WW-uitkering. Na een ziekmelding in januari 2015 en een medisch onderzoek door een verzekeringsarts, werd vastgesteld dat zij geschikt was voor de WIA-functies en werd het recht op ziekengeld geweigerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten en beperkingen waren toegenomen, onder meer gebaseerd op verklaringen van een bedrijfsarts en psychiaters, en dat zij een intensief dagbehandelingsprogramma volgde. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat er geen objectieve toename van beperkingen was sinds de WIA-beoordeling.
De Raad nam mee dat de psychische diagnoses niet nieuw waren en reeds waren betrokken bij de eerdere beoordeling. Ook de voetklachten brachten, behalve pijn, geen duidelijke beperkingen mee. Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.