ECLI:NL:CRVB:2017:3411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door verzwegen reizen, vermogen en inkomsten
Appellanten ontvingen sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van meldingen over betrokkenheid bij mensensmokkel en het bezit van vermogen in het buitenland, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Hieruit bleek dat appellanten regelmatig naar het buitenland reisden, een woning in Syrië bezaten, contant geld en sieraden hadden, en geldtransacties verrichtten zonder dit aan het college te melden.
Het college trok de bijstand per 1 januari 2013 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot 31 oktober 2014. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de reizen geen melding behoefden omdat ze familieleden hielpen, en dat de onschuldpresumptie was geschonden.
De Raad oordeelde dat appellanten de objectieve inlichtingenverplichting uit artikel 17 PW Pro hebben geschonden door niet te melden dat zij regelmatig naar het buitenland reisden, vermogen bezaten en geldtransacties verrichtten. De argumenten van appellanten werden verworpen wegens gebrek aan objectief bewijs. De onschuldpresumptie was niet van toepassing omdat geen sprake was van strafvervolging. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.