ECLI:NL:CRVB:2017:3469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand tot 8 mei 2015, waarna deze werd beëindigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding. Op 27 oktober 2015 vroeg zij opnieuw bijstand aan, met vermelding van een adres waar zij met haar drie kinderen zou wonen. Het college startte een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie, inclusief een huisbezoek en buurtonderzoeken.
Het college concludeerde dat appellante niet op het opgegeven adres woonde en wees de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel op het adres woonde, onderbouwd met een verklaring van een buurman. De Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten, waaronder een vrijwel ongemeubileerd huis en verklaringen van meerdere buurtbewoners, voldoende waren om te concluderen dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres.
De verklaring van de buurman gaf geen aanleiding tot ander oordeel, omdat deze niet concreet was en niet specifiek voor de beoordelingsperiode. De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het college terecht de aanvraag afwees. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante niet woonde op het opgegeven adres.