ECLI:NL:CRVB:2017:3490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding studiefinanciering
Appellant ontving studiefinanciering als uitwonende student, maar de minister herzag dit en kwalificeerde appellant als thuiswonend, met terugvordering en boete. Appellant stelde bezwaar te laat in, waarna de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat appellant op de besluiten was gewezen en geen herinneringsbrief verplicht was.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de wettelijke termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat appellant deze niet heeft gerespecteerd. De aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding, zoals het zoeken naar hulp bij het indienen van bezwaar, waren onvoldoende om de overschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.P.A. Boersma op 11 oktober 2017.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.