Betrokkene diende beroep in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat een aanvraag om een Wajong-uitkering had afgewezen. Het bestreden besluit werd op 21 april 2015 zowel per gewone post als per e-mail aan betrokkene toegezonden, waarbij betrokkene had aangegeven per e-mail bereikbaar te zijn.
Het beroepschrift werd echter pas op 25 november 2015 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep eerder ten onrechte ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Betrokkene voerde aan dat hij door het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats en technische problemen zijn e-mail niet tijdig kon lezen, maar dit werd niet als voldoende reden erkend.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De hogere beroepsgronden van appellant behoefden geen bespreking meer. Hiermee werd bevestigd dat correcte elektronische bekendmaking de termijn voor beroep aanvangt en dat het niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder geldige reden leidt tot niet-ontvankelijkheid.