ECLI:NL:CRVB:2017:3573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde in 2013 vast dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot 35-45%, waarna haar uitkering werd beëindigd en zij een WGA-vervolguitkering zou ontvangen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat haar beperkingen niet volledig waren erkend, met name vanwege buikklachten en psychische stoornissen. Een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige onderzochten de situatie en stelden een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waaruit bleek dat appellante geschikt was voor bepaalde functies zonder urenbeperking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, gesteund door een deskundigenrapport van psychiater Boeykens die bevestigde dat appellante met haar beperkingen de geselecteerde functies kon verrichten. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd, omdat de medische en arbeidsdeskundige rapporten overtuigend en consistent zijn en er geen nieuwe feiten zijn die aanleiding geven tot twijfel over de beperkingen of de geschiktheid voor de functies.
De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante geen recht meer heeft op de WIA-uitkering en bevestigt de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.