ECLI:NL:CRVB:2017:3607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellant vroeg bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant om aanvullende stukken, waaronder bankafschriften van een profijtrekening. Appellant leverde deze niet tijdig aan, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
Tijdens de bezwaarprocedure leverde appellant alsnog de gevraagde stukken aan, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij te goeder trouw was en in verwarring verkeerde over de verschillende rekeningen, en dat hij niet de kans had gekregen om de stukken alsnog in te leveren.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs over de gevraagde stukken kon beschikken en dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. De aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde bankafschriften.