ECLI:NL:CRVB:2017:3612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen en partnertoeslag bij gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds mei 2013 een onvolledig AOW-pensioen voor een ongehuwde en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Na inschrijving van [X] op zijn adres en ingevulde formulieren over gezamenlijke huishouding, heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen en de AIO-aanvulling per oktober 2014 herzien naar de gehuwdennorm en een partnertoeslag toegekend.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze besluiten en stelde in hoger beroep dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Raad toetste of appellant en [X] aan de wettelijke criteria voldeden, waarbij het hoofdverblijf en de wederzijdse zorg centraal stonden.
De Raad concludeerde dat appellant en [X] wel degelijk hun hoofdverblijf deelden en dat uit de ingevulde formulieren en overige feiten bleek dat er sprake was van wederzijdse zorg, ondanks appellant's taalargumenten en de vermelding van een commerciële relatie op een ander formulier. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen en partnertoeslag bevestigd.