ECLI:NL:CRVB:2017:3731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in bestaanskosten
Appellant had eerder bijstand ontvangen, maar na opschorting en beëindiging vroeg hij opnieuw bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet op een verplichte afspraak verscheen en onvoldoende informatie verstrekte om zijn bijstandbehoefte te onderbouwen.
Appellant stelde dat hij zijn woning in Turkije had verkocht en met de opbrengst een schuld had afgelost en van het restant in zijn levensonderhoud had voorzien. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende objectief bewijs leverde over de financiële transacties, vooral omdat deze contant zouden zijn afgehandeld en niet met verifieerbare gegevens werden onderbouwd.
Ook de bankafschriften en huurbetalingen boden volgens de Raad onvoldoende inzicht in de herkomst van het inkomen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant in de relevante periode bijstandbehoevend was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot werd als terecht beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de wijze van voorziening in de bestaanskosten.