ECLI:NL:CRVB:2017:3775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstand na overlijden echtgenoot wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijstand aan na het overlijden van haar echtgenoot en gaf aan sinds dat moment geen inkomsten te hebben. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van de aanvraag, niet met terugwerkende kracht tot het overlijden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat appellante haar psychische gesteldheid niet met medische stukken onderbouwde en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
In hoger beroep herhaalde appellante haar betoog over shock en verondersteld recht op weduwenpensioen, maar kon geen nieuwe gronden aandragen die het eerdere oordeel konden weerleggen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de bijstand alleen toegekend kan worden vanaf de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, wat hier niet het geval was.
De Raad wees ook het beroep op het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel af wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.