ECLI:NL:CRVB:2017:3812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum invaliditeitsuitkering op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1935, diende in december 2014 een aanvraag in voor toekenning van een invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder erkende het oorlogsletsel, bestaande uit psychische klachten, en kende vrije geneeskundige behandeling toe, maar wees een invaliditeitsuitkering af omdat er geen arbeidsongeschiktheid voor de 70ste verjaardag was vastgesteld.
Na bezwaar werd het besluit deels gewijzigd en werd een invaliditeitsuitkering toegekend met ingang van 1 december 2014, waarbij een arbeidsongeschiktheid van 20% werd vastgesteld. Verweerder bleef echter bij zijn standpunt dat de clusterhoofdpijn niet aan de oorlogsomstandigheden was toe te schrijven, maar genetisch en constitutioneel bepaald was.
Appellant voerde in beroep aan dat zijn clusterhoofdpijn het gevolg was van onbehandelde malaria tijdens zijn internering in een Jappenkamp. De Raad toetste dit aan de medische adviezen van geneeskundig adviseurs, die geen causaal verband zagen tussen malaria en clusterhoofdpijn. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard.
De Raad nam tevens kennis van eerdere aanvragen van appellant, maar beperkte zich tot de beoordeling van het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier L.V. van Donk, op 2 november 2017.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.