ECLI:NL:CRVB:2017:3857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. Bel
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij verlaging AIO-aanvulling
Verzoeker ontvangt sinds 2009 een AOW-pensioen en ontving tot 2015 een toeslag voor zijn in Marokko wonende echtgenote. Vanaf september 2015 ontving hij een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van juni 2016 de AIO-aanvulling verlaagd naar 50% van het minimumloon, omdat de echtgenote geen recht had op algemene bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij duurzaam gescheiden leeft en verzocht om een voorlopige voorziening om een ongehuwdenpensioen te verkrijgen. De voorzieningenrechter beoordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden verleend indien er formele en materiële connexiteit is tussen het verzoek en het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet voldoet aan het materiële connexiteitsvereiste omdat het geschil in de bodemprocedure alleen betrekking heeft op de verlaging van de AIO-aanvulling en niet op de hoogte van het AOW-pensioen. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van materiële connexiteit.