ECLI:NL:CRVB:2017:3861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens onduidelijke vermogenssituatie
Appellant ontving vanaf 30 januari 2013 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok deze aanvulling in per 12 september 2014 wegens het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand, omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting over zijn vermogen.
Appellant had een legaat van € 20.000,- ontvangen, dat hij in augustus 2012 naar de bankrekening van zijn dochter had overgemaakt om beslag te voorkomen. Hij stelde dat dit bedrag was gebruikt voor levensonderhoud, verhuizing en juridische kosten, en dat hij geen vermogen meer had bij de aanvraag van de AIO-aanvulling. De Svb vroeg om bewijsstukken, maar appellant kon dit niet objectief aantonen.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet meer beschikte over het bedrag van € 20.000,- en ook niet over het bedrag van € 14.442,- dat hij in juni 2013 ontving en deels naar zijn dochter overmaakte. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De intrekking van de AIO-aanvulling werd daarom bevestigd.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikte over het vermogen.