ECLI:NL:CRVB:2017:389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening na intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok bij besluit van 30 juli 2015 de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 22 juli 2015. Appellant maakte op 21 september 2015 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het primaire besluit daadwerkelijk naar het juiste adres van appellant was verzonden. De stelling van appellant dat het besluit bij zijn buurman was bezorgd en hij het pas op 15 september 2015 ontving, was onvoldoende om de tijdige ontvangst te betwijfelen.
In hoger beroep betwist appellant de tijdige ontvangst opnieuw, maar zonder bewijs zoals een verklaring van de buurman. De Raad stelt dat het bestuursorgaan in eerste instantie de verzending moet aannemelijk maken, wat hier is gebeurd. De enkele stelling van appellant is onvoldoende om het ontvangstvermoeden te ontzenuwen.
Daarom is het bezwaar te laat ingediend en faalt het hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; het hoger beroep wordt afgewezen.